Luc van Leeuwen, directeur
Ik was 16 toen ik voor de eerste keer in mijn leven een toneelstuk zag. We moesten van de leraar Frans, een gortdroge man, samen nog zo’n honderd 4e klassers naar een toneelstuk van Molière, in het Congresgebouw in Den Haag. Het was een enorme zaal, en er was verder geen ander publiek bij. Men had bovendien besloten het zaallicht (tl-buizen) maar aan te laten. De acteurs zagen er allemaal uit als de drie musketiers en deden vreselijk overdreven. Het stuk werd in het Frans gespeeld en omdat de leraar wel zag aankomen dat we het niet helemaal in volle glorie zouden gaan begrijpen, raadde hij ons aan de verklarende woordenlijst van het Wikor tekstboekje tijdens de voorstelling bij de hand te houden. Dat kwam inderdaad goed van pas, je kon de bladzijden er uit scheuren en als proppen papier richting podium keilen. Het duurde eindeloos, ik vond het verschrikkelijk saai en nam me heilig voor nooit meer naar zoiets idioots als een toneelstuk te gaan.
Een jaar later ging ik toch, weer verplicht, maar nu met de lerares Duits op wie ik een heel klein beetje verliefd dreigde te worden. Dit keer was het een stuk van Brecht, Moeder Courage geloof ik, in het Haagse HOT-theater, dat later is afgefikt (nee, niet als gevolg van ons bezoek). Nu staat op die plek, ironisch genoeg, het ministerie van OCW. Het HOT was een klein gezellig theater, het zaallicht ging uit en het toneelstuk was in het Nederlands. De acteurs waren erg goed, het stuk was meeslepend en na afloop mochten we zelfs een biertje! Wat ik maar wil zeggen: een puberhand is best gauw gevuld, als je maar wel zorgt dat de entourage een beetje in orde is.
als je me wilt mailen: lucapenstaartbekijktpuntnl (geen spam dus)